maandag 7 november 2011

Gebakje.


Het komt door het gesprek met mijn vriendin Marrie dat ik er aan moet denken. We hebben het over het berichtje dat ik gisteren of eergisteren plaatste, over de hangmat, over het vriendje, Hans, waarmee ik op de foto zit, pal voor hun vakantiehuisje in het Gors, Oostvoorne. Een stukje verderop stond ons, wat bescheidener huisje.
Hans was leuk, maar zijn broer (Maarten heette hij geloof ik) was een ander geval, daar had ik niets mee. Maarten was ouder en ik verdacht hem en zijn vrienden ervan dat hij door de hoge raampjes gluurde van het houten dameskleedhokje dat bij het Brielse Meer stond. Ze klommen op elkaars schouders en klierden, in onze ogen.

Het was Maarten die ik van de steiger afduwde, zonder te weten of hij kon zwemmen ja dan nee. En hij had zijn nette kleren aan. Maar goed, hij heeft het overleefd. Ik wist dat toen nog niet meteen want ik was uiteraard als een speer weggerend.
Maarten en zijn ouders waren maar een daagje op het vakantiepark, het was nog vroeg in het seizoen, wat koud, en er waren geen andere kleren voor Maarten aanwezig in het huisje. Ik schreef het al eerder geloof ik, hij kreeg een grote onderbroek van zijn vader aan, en met een deken omgeslagen werd hij in de auto gezet en ze gingen naar huis, Rotterdam.

Ondertussen waren mijn ouders op de hoogte, hoe dat kan weet ik niet (ik vermoed verraad door een van mijn zusjes). Thuisgekomen kreeg ik de wind van voren, het meest dramatisch waren de woorden: 'hij had wel kunnen verdrinken'. Dat wilde ik natuurlijk ook weer niet.

Het volgende weekend waren wij weer in ons vakantiehuisje, en mijn moeder stond erop dat ik mijn excuses ging maken bij de moeder van Maarten en Hans. We gingen, ik met lood in mijn schoenen.

De moeder van Hans en Maarten deed open en bood mijn moeder koffie aan. Verder was er goddank niemand, ook de jongens niet. Er werd koffie gezet, en ik kan me helemaal niks herinneren van een gesprek over het in het water duwen van haar zoon. Wel over hoe ze hun zoon Maarten mee naar huis hadden genomen. Mijn moeder en ik hebben later nog vaak gelachen hierom, bij het idee hoe Maarten in de straat waar ze woonden zal zijn uitgestapt. Ergens in Kralingen, de sjiekste wijk van Rotterdam. In die grote witte onderbroek. Maar op dat moment in Oostvoorne zat ik nog te wachten op de boosheid van Maartens moeder. Ik zat daar maar, te wachten tot de bom zou vallen.

Opeens werd er voor mijn neus een glas met limonade neergezet. De koffie kwam op tafel en Hans' moeder noemde mijn naam. Ik was altijd al van haar onder de indruk geweest, en nu stond daar die grote struise vrouw, een soort zus van de koningin, naar mij te kijken. Ze was altijd hartelijk en warm tegen me geweest maar was zo deftig dat ze voor hetzelfde geld van een andere planeet had kunnen komen, EN ik had vorige week haar eerstgeborene in zijn zondagse kleren in de plomp geduwd. Ik verwachtte dan ook dat nu het moment was aangebroken waarop ik boete moest doen, maar in plaats daarvan zei ze: 'wil jij ook een gebakje?'
Een gebakje notabene, die hadden wij alleen bij hoge uitzondering! Nog nooit zo opgelucht geweest, en het gebakje was heeeeerlijk!

Dit dus vertelde ik mijn vriendin die het fotootje dat ik nog zo jong ben nog nooit gezien had. Ik zal het fotootje nog maar eens plaatsen, kijk eens goed, is dit een meisje dat andere kinderen in het water duwt? Of is het een meisje dat je een gebakje geeft?