vrijdag 30 januari 2026

Hamilton, de zwervende Noorse boskat.



Als ik 's morgens de deur naar de schuur voorzichtig opendoe zie ik onder de deur door vaak al twee uitgestrekte kattenpootjes. Ik wacht tot de pootjes worden teruggetrokken en dan kan ik de deur verder opendoen, en vraag: Hamilton, liefje, wil je eten? 

Op de kokosmat gaat Hamilton vervolgens rollen in een wolk van rood haar. Even laat ik dan mijn handen over zijn massieve buik gaan, voel de korte warme krulletjes van zijn buikvacht en ben weer blij dat ik al dat lange haar, dat voorheen altijd in natte slierten aan hem hing, heb kort geknipt. Ik registreer waar klitten ontstaan ..... En ik vraag me weer af: hoe overleeft een zwervende kat met lang haar zonder hulp van een mens? 

Sinds 20 mei 2025 mag ik hem aanraken, na een vol jaar jaar op afstand voor hem zorgen. En daar weer voorafgaand was er een jaar geweest waarin ik besefte dat hij een zwerver was, op de wildcamera had gezien dat hij vogelvoer at. Goed, lang verhaal kort: 2024, wildcamera continu bekeken, de zwerfkatten geteld, buurtonderzoek, dierenbescherming en vangkooi, en ik ving vier katten waaronder een zoon van Hamilton en Hamilton zelf. Hamilton en zijn zoon waren er het slechtst aan toe: mager, klonten vervilt haar waartussen de teken zichtbaar waren, kale plekken .... Zielig. De gevangen katten werden alle getest op ziektes, gecastreerd,  en goddank snel herplaatst, ook het katje dat hoogzwanger bleek. Met allen, ook de kittens, kwam het dankzij het asiel goed. Behalve met Hamilton. Hij was te wild voor adoptie, zat twee maanden ongelukkig te zijn in een kooi in het overvolle asiel. Wel: gezond verklaard, onder verdoving geschoren, gecastreerd, gechipt, etc. 

Met vriend samen knapten we in een paar dagen ons oude schuurtje op dat ooit kippenhok was geweest, en ik haalde Hamilton op uit het asiel. Gelukkig zat er een doek over zijn reiskooi want hij was "not amused". Twee weken bivakkeerde hij in dat kippenhok, at, dronk, sliep en keek naar buiten (zag ik op de camera). Maar elke toenadering van mij was ongewenst: oren in de nek en blazen, uitvallen. Na twee weken zette ik het deurtje naar buiten open, bleef er wel eten en water neerzetten. De wildcamera liet zien dat hij regelmatig brokjes kwam eten, net als twee vosjes, spitsmuizen, en zelfs een boomklever. 

Hamilton bleef in de buurt, lag regelmatig in het houthok. Ik kocht een houten "geïsoleerd" katten-winterhuisje (wat een waardeloos ding bleek en waar geen enkele kat ooit in heeft gezeten), en vlocht van bamboe ook nog een windscherm omdat het in het houthok zo tochtte. Maar zoals dat gaat met katten: ze kiezen hun eigen slaapplek. Vaak lag hij nu ook in het vele ruiten missende kweekkasje op een tafeltje, dus ik legde ook daar een mandje voor hem neer. 

Omdat alle andere zwerfkatten waren weggevangen leek hij wat relaxter dan voorheen rond het kippenhok te lopen. Het werd weer winter. Elke dag zette ik eten neer, en ik zag dankzij de camera: hij at en dronk, maar zijn vacht was weer in een vreselijke staat. Klonten vervilt haar wapperden aan zijn zij als hij liep. Toch, hij kwam steeds dichterbij, leek zelfs op mijn komst te wachten. 

Op 20 mei vorig jaar mocht ik hem voor het eerst aanraken terwijl hij at. Vanaf dat moment ben ik voorzichtig begonnen met hem te kammen, en klonten haar weg te knippen. Het was een langzaam proces, waarin ik zijn taal en manieren moest leren kennen, ook zijn grenzen leerde kennen. Ging niet altijd goed, nu en dan zat ik flink onder de krabbels. 

Hij gaf kopjes, ging met me meelopen in de tuin. Speelde rondom me. Liep mee naar de schuur als ik via de schuur terug naar mijn huis liep. Maar schrok als de honden achter het hek gingen blaffen, holde weg. 

Nog een winter buiten leven leek me geen goed idee, hij was immers ook al op een jaar of zeven, acht geschat door de dierenarts van het asiel. Afgelopen november werd in de enorme schuurdeuren voor hem een klein deurtje gemaakt, en hij kwam dan ook direct via dat deurtje de schuur in ! Hij kreeg ook daar wat spullen: een mandje, een stoel, nog een mandje, nog een stoel. Maar alles werd afgekeurd totdat mijn zus een fauteuil naar de stort wilde brengen. Die zette ik voor hem neer vlakbij de deur naar mijn keuken, en deze stoel werd goedgekeurd. Ook het warmtedekentje, en de "tent" tegen de kou die we erover bouwden: goedgekeurd. 

Maar ik wil het liefst dat hij hier in huis komt, al is dat nog een stap te ver. Bovendien: ook al is hij bij mij welkom, hoe denken de honden over zijn komst? Honden die al jaren naar hem vanuit hun omheinde tuin! Kunnen ze aan elkaar wennen? Ik begon gewoon aan het "wen-proces". Iedere keer als ik Hamilton had geaaid liet ik daarna de honden aan mijn handen ruiken, en gaf hen eten met de geur van Hamilton nog aan me. 

Met de deur naar de schuur open maak ik de laatste tijd Hamiltons eten klaar: zacht voer dat ik opwarm door er warm water doorheen te prakken. Dat ruikt Hamilton, maar uiteraard ook de honden. Met zn vieren staan ze voor mijn voeten te vachten wie het volgende brokje krijgt ....., waardoor de komst van Hamilton een feestje is geworden. Zelfs de neuzen van de honden en Hamilton worden nu en dan tegen elkaar gedrukt. Of Hamilton vergeet zichzelf, loopt onder de honden door naar binnen, en gaat even kijken of er nog iets lekkers in de etensbakken van de honden ligt. Maar schrikt dan schijnbaar van zijn eigen overmoed, schiet tussen de honden door weer de schuur in. 

Soms is de angst bij Hamilton groter dan zijn eetlust, en blijft hij dagen achtereen in de schuur, ook al staat de deur naar de keuken voor hem op een kier. 

Ik liet vanmorgen de deur naar de schuur (ondanks de vrieskou) wat wijder open staan, en hij stapte naar binnen, ging de warme vloer staan "melken" met die mooie witte sokjes van hem, en keek naar me op met ogen die me soms aan jade doen denken, soms aan de zee in Normandie. Eten, aaien, even wat liefde delen. Even later zag ik hem weer vertrekken, richting luikje schuurdeur: een wolk van rood haar, staart als een pluim heen en weer zwaaiend, kijkend door het luikje of hij veilig naar buiten kon .....en floep, daar ging hij weer, de sneeuw in. 



zondag 14 april 2024

Smalle wegen

Gisteren. Mooi weer, bijna te warm om met de honden te gaan wandelen. Maar ik heb mijn rug weer bezeerd met werken in de tuin en wandelen is, samen met yoga en tai chi, voor mij een prima remedie om te ontspannen, mijn onderrug weer uit de kramp te krijgen, beetje sterk te houden. 

Hondjes in de camper, water, thermos, en ik reed richting Gieten. Al bij de eerste rotonde sloeg ik een andere richting in, en wandelde een half uur later in de omgeving van Ter Apel, bij het prachtige klooster dat in een mooi wandelgebied staat. Hier heeft de Ruiten-Aa weer zijn meanderende vorm gekregen, liggen stapstenen door het snel stromende water, liggen jonge bossen tegen heel oude aan. Hier liep ik ook graag met mijn sterke Jip, die altijd het water inging. 

Na de wandeling zat ik op een grote parkeerplaats in de camper thee te drinken, dacht na over hoe vaak ik hier met de hele familie gelopen had. Met andere honden, in een voorbij gegane tijd. Nu met mijn bijvangst Yana, een klein pittig podencootje (bijna 12) dat continu vertedert, de timide beschadigde Savannah die thuis een blij ei is, maar tijdens wandelingen bang is om vergeten of verhandeld te worden, en de hond die ik nu het langst heb: Tommy, mijn graatmagere prachtige zwarte galgo met een spierwit masker. Alleen ben ik nu, en met andere honden, maar de vogels floten nog net als toen, bomen waren nog net zo mooi maar nu in helder lentegroen, alles is er prachtig, en via het smalle toegangsweggetje kwam nu en dan een auto rijden met gasten die naar het naastgelegen restaurant wilden.  

Toen ik op dat smalle weggetje weer wegreed zag ik links in de berm mensen staan die problemen hadden. Een man werd ondersteund door een vrouw, beide oud, wankelend. Het leek of ze over wilden steken naar hun auto die aan de overkant op een passeerplek stond, maar op de een of andere manier .... er was iets raars, kwamen ze niet over de ijzeren buis, die, slechts een twintig cm hoog, de berm beschermde? Ik stopte een paar meter voor hen, zodat ik niet pal langs hen hoefde te rijden. De vrouw knikte naar me, besefte dat ik wachtte tot ze zouden oversteken. Nu kwam nog een (SUV) auto van de andere kant aan rijden, die wel probeerde door te rijden, pal naast de twee mensen ging staan, bestuurster deed haar armen omhoog naar mij: ze kon er niet door. Tja. De camper is niet de grootste, maar wel een busje van formaat, bovendien spierwit en hoog, niet iets om over het hoofd te zien. De bestuurster had echter geen oog voor de situatie, was het weggetje ingereden, wilde voorbij, dus wat nu? Omdat ik een paar meter voor de oude mensen was gestopt had ik ook wat manoeuvreer-ruimte, dus ik propte de camper wat schuin nog net achter de geparkeerde auto. 

Ze kon er net langs, nogmaals een keer naar mij de armen omhoog gooiend, de mensen op het terras van het restaurant (aan het eind van het weggetje, zonnebrillen, witte overhemden) zaten vast op haar te wachten 😒. Ik had inmiddels mijn raam open gedaan, vroeg aan de mensen in de berm: wilt u hulp? Een wanhopige blik en een knik van de vrouw, die probeerde haar man overeind te houden. Ik stapte uit, de man greep al naar mijn uitgestoken hand en ik trok hem "in de arm". Maar om bij de auto te komen moest hij die ijzeren buis overstappen, dat hekje dat de berm beschermt, en hij kon zijn benen die twintig centimeter? misschien vijfentwintig?, nou kortom, hij kon zijn voeten niet zo hoog optillen. Nu, nu de man tussen ons beiden in stond, bukte de vrouw en trok aan zijn broek zijn voeten een voor een over die ijzeren buis. Hij maakte een geluid dat ergens uit de diepte kwam, was het pijn? vermoeidheid? onmacht? (Als mijn hond zo'n geluid maakte zou ik naar de dierenarts hollen). Terwijl we naar hun auto schuifelden voelde ik zijn oude hand in de mijne: groot, maar dik en zacht, de mannelijkheid was er al een tijdje uit. Alles trilde aan hem, benen, armen. Hij droeg een zonnebril, een hoed, hij mocht vast geen zon op zijn huid. O wat fijn om gezond te zijn, te kunnen helpen, gewoon te kunnen lopen, dacht ik nadat hij mij losliet, hij zich beetgreep aan de auto. Ze bedankten mij, ("graag gedaan") en ik stapte weer in de camper, reed een klein stukje achteruit en kon toen langs hen rijden. Een zwaai van een hand, en verder maar weer. 

Nogmaals, het is geen kleine bus, en het weggetje is smal. Desondanks reed er weer een auto het weggetje in, waarop ik direct met mijn lichten seinde. Hij reed door. Stopte pontificaal voor me. Nu deed ik mijn armen omhoog, want: waarom deed hij dit? waarom wachtte hij niet even op het hoekje? Hij reed toch achteruit, maar reed niet helemaal naar het hoekje, maakte het mij zo moeilijk mogelijk om langs hem te gaan. Ik stopte, deed mijn raam omlaag, en ik zei: dank je wel, het is een erg smal weggetje niet? In de auto zat een jonge man, wat dikkig, en met een heel boos gezicht en hij zei niks. Dus ik zei: wat, ben je nou boos? Terwijl ik eigenlijk wilde zeggen: slim ben je niet he? Hij snauwde: doorrijden! "Jezus, wat ben jij een eikel" wilde ik zeggen, maar ik zei alleen maar: "Jezus"! Dacht: dat is nou de generatie waar iedereen het over heeft, alles moet direct en zonder enige moeite, geen tijd, zelfs niet op een zonnige lentedag. Maar goed, dat dacht ik alleen maar, ik weet niks.  En mijn rug, mwah, die was ik vergeten zodra ik de camper uitsprong om die mensen te helpen.