vrijdag 11 mei 2012

Versnipperaar.


Ik ben eraan begonnen, het versnipperen van al die overbodige rotzooi. Het is het soort weer dat je niet op de fiets gaat zitten of wandelen, regelmatig vallen flinke buien, dus wat kan je dan beter doen dan lekker opruimen thuis?
De bovenste lade van mijn archiefkast was het eerst aan de beurt. Een hangmap met garantiebewijzen, die neem ik regelmatig door dus daar was ik snel klaar mee. Toen de verzekeringenmap, dat was lastiger. Ik snap nooit of je nou al die andere polissen mag weggooien als je een nieuwe ontvangt. Eerst maar eens de ziektekostenverzekering van de honden, ik moest nog wat rekeningen opsturen van Davo's behandelingen, was er eentje kwijt, zonde. Toen mijn eigen tandartsrekeningen opgezocht en in een envelop gedaan om te versturen. Oude kerstzegels erop geplakt. Toen pakte ik de volgende verzekeringenmap, auto, WA, huis, glas, pfffff, die liet ik even zo, daar moet ik meer moed voor verzamelen.

De volgende map was van Ikea. Kan je nagaan wat ik er allemaal gekocht heb, een speciale map met bonnen en garantiebewijzen van één winkel. Tja, als je er een keuken koopt, wat kasten, bedden, dat loopt aardig op. Ik versnipperde alles, behalve het garantiebewijs van het bed dat ik het laatst heb gekocht.
De bankafschriften gingen eraan. Allemaal.
Volgende map: vegetarische recepten, van alles over astrologie, yoga, wijze lessen van een of andere Amerikaanse dame die hartstikke zieltjeswinnend bleken te zijn, van alles over levend-bloed-analyse, orthomoleculaire voedingsadviezen (interessant maar ik Weet nu alles zo'n beetje). Onderzoeksrapporten over de algehele vergiftiging van de mensheid door een te grote toename van geraffineerde suikers, etc. etc. Een aardig stapeltje A-viertjes ging de versnipperaar in. Soms aarzelde ik, dacht dan: je kan altijd weer via Google .... en kggggggg, de versnipperaar verslond de paperassen. Heerlijk om te doen. Alleen als er iets tussen zat over Tai Chi bewaarde ik het.

Er zat ook een map bij die allemaal oude rekeningen bevatte van het UMCG, jaaropgaven van mijn ziektekostenverzekering waaruit bleek hoeveel mijn ellende-oplossende ziekenhuisopname en behandelingen had gekost en welk deel voor mijn eigen rekening was gebleven.
Brieven waarin werd uitgelegd wat er uit mijn lichaam gesneden ging worden, wat de risico's waren van de operatie, wat eventueel mis kon gaan. Afsprakenkaarten. Voorlichtingsboekjes, over hoe je je weg kon vinden door het ziekenhuis tot wat er allemaal kon veranderen aan je lichaam. Kaartjes van wat ik gegeten had tijdens de dagen dat ik in het ziekenhuis had gelegen. Die laatste kon ik nog steeds niet weggooien, geen idee waarom niet. De rest ging weg.

Een hele map over trombose had ik nu in mijn handen. Bekkentrombose, uitleg over medicatie, over risico's van hersenbloedingen tot hartstilstand en longembolie. Krantenknipsels over vrouwen die waren overleden aan een trombose na een lange vliegreis. Kopieën van diverse onderzoeksresultaten van de diepe venen van zowel mijn linker- als mijn rechterbeen. Een verwijzing voor oedeem-therapie van mijn toenmalige huisarts, die, hoewel hij jonger was dan ik, ook al weer een tijdje dood is. Een zelfgekozen dood, maar toch dood. Ook vond ik een brief van de vaatchirurg die me geweldig heeft bijgestaan, dr. Nieuborg. Het was altijd fijn om naar hem toe te gaan, ook al moest ik op een matrasje in de bagageruimte van Peet's bus vervoerd worden. Drie uur heen, drie uur terug. Nieuborg behandelde me alsof ik slechts een klein probleem had, en als ik op dezelfde voet doorging zou het allemaal steeds beter worden! Hij heeft gelijk gekregen.

Op dit punt aangekomen had ik een pauze nodig. Ik haalde mijn moeder op en we reden naar Duitsland, wat ver klinkt maar niet is. Bij de chocolade aangekomen sloeg ik een voorraadje rijstwafels in die aan een zijde bedekt is met pure chocolade. Wat schuldig over de hoeveelheid (zeven pakjes) en mezelf sussend dat het een voorraadje was, sloeg ik ook nog een flinke voorraad groente en fruit in. Koolrabi, wortelen, veldsla, tomaten, broccoli, bosuitjes, radijs, citroenen, sinaasappelen. De boodschappenkar zag er gezellig uit.
We dronken koffie naast de supermarkt, bij de warme bakker en ik kocht gelijk wat brood. Roerend in de koffie die versierd was met een hartje van cacao spraken we over mijn zwager Karel. Ik dronk het afgelopen jaar zittend aan hetzelfde tafeltje geregeld koffie met hem en mijn zus. Het tafeltje, de bakker en wij zijn er nog, maar hij niet meer. We doen ons best, maar het is een stuk saaier zonder hem. Toen reden we weer naar huis, kijkend naar de uitbarstingen van de lente, het frisse groen van bomen en gras, de fel gele velden met koolzaad onder de diepgrijze regenlucht. Ik blijf het zeggen, Groningen is erg mooi. On-lenteachtig zwoel warm was het toen we uitstapten, zoals het in de zomer kan zijn voordat het gaat onweren.

Later, nadat ik in de tuin had gewerkt, met mijn moeder had gegeten, fietste ik in de vroege avond met Jip mijn rondje, nadenkend over de tijd die zo door mijn handen lijkt te glippen. Omdat mijn fiets geen gewone fiets is maar een trike waardoor ik laag zit, zie ik zo'n beetje hetzelfde als Jip. En dat is leuk, ook omdat het tempo aardig hoog is. Ken je nog het gevoel van op je buik op je slee liggend een helling af roetsen? Nou, daar lijkt het op. Het fluitekruid, boven je uitstekend, schiet aan je voorbij, het fietspad raast net onder je kont onder je door. Erg leuk en soms een beetje link. Ik voel me geen kind meer, maar die snelheid maakt wel iets jongs in me los. Daarom probeer ik af en toe zo hard mogelijk te rijden, totdat de begrenzing van de fiets in werking treedt, of Jip moe wordt. Dit zijn, denk ik, de momenten die de tijd langzamer voorbij doet gaan, alles wat nieuw is en wat je voor het eerst meemaakt doet dat, leerde ik dankzij de tai chi. Pas als de sleur er inhakt lijkt het of het leven snel voorbij gaat, vergeet je de dagen omdat ze allemaal zo op elkaar lijken. Dat lijkt waar te zijn, er worden steeds meer boeken over geschreven en mensen gaan massaal naar mindfulness-trainingen om wat meer grip op hun voorbijvliegende leven te krijgen. Moet ik weer aan mijn zwager Karel denken, hij kon als geen ander feestjes en etentjes organiseren, plannetjes maken om het leven anders, leuker te maken. Niet dat het nou zo'n losbol was, integendeel, hij was een zeer belangstellend en integer mens. Maar hij wist ook hoe snel het leven voorbij kon gaan want hij kreeg zijn eerste hartaanval op zijn 39ste.
Dus lieve mensen, verzin eens wat je vandaag voor leuks kan gaan doen, indien mogelijk. Misschien kan je wel iets voor een ander doen vandaag. Of, voor jezelf. Zomaar, omdat je daar blij van wordt en de dagen interessanter, memorabel. Doe alle geestelijke ballast waar je last van hebt in gedachten in de versnipperaar, hoppa weg ermee.




donderdag 10 mei 2012

Ode aan mevrouw Schouten.


Hij of zij lag op de weg, een van de kleinste vogeltjes die ik ooit gezien heb. Dood. 


Nee, die foto vertekent een beetje, het is echt een heel klein vogeltje. Jip vond het, snuffelde er eens aan, ik boog me en herkende het verkeersslachtoffer als een Fitis. Ooit wrong ik er eentje uit de bek van de kat, vandaar dat ik het weet want het zijn lastige vogeltjes om te herkennen als ze rondvliegen.

Als je op het platteland woont wordt je vaak geconfronteerd met dierenleed. Niet alleen in de vorm van de enorme varkensfokkerijen of een losgebroken koe, of de zwerfkatten, de hond waarvan je weet dat hij in een schuur leeft. Nee, het vaakst zie je dat de vogels het niet redden. Niet alleen door het ook hier te hard rijdende verkeer, nee de ruiten van mijn huis hebben veel vogels gekost, ondanks stickers of gordijnen of vuilheid. En dan zijn er ook nog de katten, vogelmoordenaars. 

De grootste vogel die ik 'redde' was een loopeend. Gedumpt in de vakantietijd en hij liep pal naast een druk bereden weggetje. Verbaasd liet hij zich oppakken maar toen ik hem in mijn handen had stribbelde hij zo tegen dat ik niet meer wist wat te doen. Ik had ook nog twee honden bij me en een fiets. Dus ik belde de buurvrouw die direct kwam helpen. De eend heeft via de (tientallen jaren lang) vogel- en egel-reddende engel van Groningen, mevrouw Schouten uit Bellingwolde, een nieuw baasje gekregen.  
De daarop volgende grote vogel die ik ving was een haan. Ook die worden regelmatig ergens achtergelaten. Omdat ik dacht dat hij van de buren was ving ik hem toen het wat donker begon te worden (anders krijg je ze niet te pakken) en ik zette hem over het hek bij de buren, denkend dat hij van hen was. Ik ben bang dat het een soep-haan geworden is want het bleek niet hun haan en ze zijn daar niet kinderachtig met hanen. Een andere haan die in mijn tuin opdook bleek later net zo plotseling weer verdwenen, net zoals de konijnen die soms opeens opduiken in mijn tuin. Waarschijnlijk worden die door de vos opgegeten. 



De grootste wilde vogel die tegen mijn ramen vloog was een houtsnip. Een flinke vogel dus een harde knal. We zochten in het tuintje en vonden tot onze verbazing deze grote vogel. Hoe had hij het matglas van het badkamerraam niet kunnen zien? Geen idee, inmiddels ben ik ervan overtuigd dat sommige vogels slechte ogen hebben. Hij heeft het trouwens overleefd. Op advies van mevrouw Schouten zette ik hem in het donker om bij te komen. Ruim een uur zat hij in een grote doos. Toen hoorde ik hem een beetje gaan rondscharrelen en heb de doos buiten opengemaakt, een flink stuk van het huis vandaan. In een oogwenk was hij verdwenen, laag vliegend boven het gras. 

Het kleinste vogeltje dat tegen het raam vloog bleek een Goudhaantje. Rond tollend lag hij op mijn terras nadat ik naar buiten was gegaan, gealarmeerd door het geluid van een wattenbolletje dat tegen het raam gegooid werd. Ik zag het somber in maar raapte het diertje op, het woog niets. Als ik een vogeltje in mijn handen heb, de fragiele structuur voelend, denk ik altijd aan de woorden die aan de zijkant van de Kunstacademie staan (of stonden): "Alles van waarde is weerloos" (Lucebert). Hoe waar dat is besefte ik in dit geval zeker. Wat een teer vogeltje. 
Ook dat Goudhaantje overleefde het dankzij de liefdevolle zorgen van mevrouw Schouten. 'Een kneuzinkje was het gelukkig maar', zei ze later. Want met een vogeltje is het altijd afwachten, ze zijn vaak erger gewond dan je op het eerste gezicht denkt.
Bij mijn moeder vlogen eens diverse jonge spreeuwen tegen de raampjes van de zolder. Bleek dat de gordijntjes in de was zaten, die hebben we zo snel mogelijk weer opgehangen. 
De vogels die deze lente voor de buitendeur lagen waren een geelgors en een lijster. Er hangt een spiegel in de hal, zouden ze dat weerkaatsende licht soms aanzien voor 'buiten'? Geen idee, maar ik heb een gordijntje opgehangen en de spiegel afgedekt. Duimen dat dat helpt. 

De Fitis heb ik inmiddels begraven, ashes to ashes Fitisje, dust to dust. Voor de rest heb ik niks te vertellen. Tja, het zou fijn zijn als we rekening hielden met de vogels, vooral in het voorjaar. Ze zijn druk, vliegen vaak laag en zitten veel in de bermen. Kleine moeite voor ons om een beetje op te letten toch?  
Mevrouw Schouten is inmiddels met pensioen hoorde ik, hopelijk is er een andere engel die zich over de vogeltjes heeft ontfermd.