vrijdag 22 juni 2012

Het bronnenbad.




Terwijl ik in het bubbelbad hang dat midden in het bronnenbad gesitueerd is, die vreemde mengeling van metaalgeuren en zout opsnuif, mijn vermoeide hoofd voorzichtig losrol, me heen en weer laat schudden door de kracht van het water, zie ik dat een heel, echt heeeel oude vrouw geholpen wordt om tegen de druk van het fors bubbelende water het bubbelbad in te komen. Een ook al wat oudere vrouw helpt haar, trekt haar aan de hand vooruit. Het lijkt hen zwaar te vallen om door het water te waden. De oudste vrouw reikt met onzekere arm, raakt het stenen muurtje van het bubbelbad even aan, glipt weg maar weer reikt ze, grijpt, en dan trekt ze zich het bubbelbad in. Dan pas laat de andere vrouw los, drijft weg in het rustige omringende water om met een andere vrouw bij de massagestralen aan de rand van het kuurbad te gaan staan.

De oude vrouw en ik zijn de enige mensen die nu samen in het gebruis hangen. Een geur van oude mensen, muffe huizen komt boven de toch sterke geur van het bad uit. Ik kijk naar mijn buurvrouw, zie tussen haar oogleden fletse ogen die ooit blauw zijn geweest. De vrouw is erg oud, haar huid is grauw en zit vol ouderdomsvlekken, haar haren vertonen bizar genoeg toch nog wat zwart. 
Ik denk aan mijn moeder, zou ik het aandurven om haar hierheen mee te nemen? Die broze oudheid maakt me opeens droef, maar de vrouw naast me glimlacht met gele oude tanden en zegt voor zich uit terwijl ze zich aan de rand vastklampt: ah wat heerlijk, wat heerlijk. De geur van muf en oud is nu weggebubbeld. Dan zie ik dat haar te oude badpak de rek heeft verloren en het gebubbel slaat luchtbellen in de versleten stof waardoor ze er wat bloter bij komt te zitten dan de bedoeling is. 
Dan komt de vrouw die haar het bad in geholpen heeft terug en werkt zich nu ook het bubbelbad in. Ik schuif een beetje op, schat haar in het voorbijgaan rond de 65 en ik begrijp uit het gesprek dat de oude vrouw naast me haar moeder is. Er komt nog een vrouw bij, aha, het zijn vast twee zussen die met hun moeder samen zijn. Ze praten niet hard, maar toch wat te druk naar mijn zin, ik zie ze lachen, in de luchtbellen prikken van het badpak van hun moeder, ze zeggen plagerig: wat heb je nou daar? Het gebubbel word ik zat. Ik laat de stenen rand los en het bruisende water drukt me terug door de opening, ik draai me op mijn rug, laat me meenemen door de stroom en dobber het rustige water van het omringende bad in. Ik ga bij de masserende waterstralen staan, zwaai even naar een van de stellen die vandaag hier in het omliggende park van het kuuroord bij mij wat tai chi oefeningen hebben gedaan.

Terwijl ik mijn voetzolen voor een van de waterstralen hou hoor ik achter me heftig geplons en als ik omkijk zie ik nog net de oude vrouw boven water gehesen worden door een van de dochters. Ze grijpen haar vast, houden haar boven water, vragen onthutst: “ma, wat doe je nou?” en “wat gebeurde er?”, half lachend, verbaasd.

Ondertussen snakt de oude vrouw naar adem, haar grijszwarte haren liggen glad en vol water over haar gezicht en belemmeren haar ademhaling en ze strijkt de haren van haar gezicht, haar ogen dicht, haar mond afwisselend opengesperd en blazend, zich tegelijkertijd met een andere hand weer vastklampend aan de betegelde rand. Ze kan niets zeggen, hoest benauwd, haalt moeizaam adem. Iedereen in het omringende bad kijkt naar het tafereel, ik sla van de weeromstuit een massagestraal over, sta in de startblokken om hulp te halen. Wat gebeurde er nou ma, herhaalt een van de vrouwen.

Ik was opeens weg ..... ging onderuit ..... mijn voeten, mijn voeten zaten vast ..... geen lucht meer, hapt de oude vrouw. Haar dochters blijven een beetje lacherig doen, maar de oude vrouw schudt nee voor zoveel opgelegde ‘er is niks aan de hand-vrolijkheid’, zegt: ik wil eruit. Het lijkt of de dochters dat nog niet willen, ze kunnen nog zo’n tien minuten voordat de dertig minuten die je maximaal in het bad mag doorbrengen zijn verstreken, maar moeder dringt aan: ik wil er uit. Nog zie ik geen beweging in de dames, een oude hand komt boven en maakt grijpbewegingen in de richting van de onderbreking van de rand van het bubbelbad: eruit. Ik krijg medelijden met die oude vrouw, waarom luisteren die dochters niet direct verdomme. Nu begint de vrouw zich een weg te banen door de krachtige bubbels heen en ze helpen haar goddank direct. Langzaam vertrekken ze, hangen dan nog even in de rustige luwte aan de rand van het kuurbad en bewegen zich dan heel rustig naar de brede stenen trap die uitkomt in het gebouw van het kuuroord.

Ik wil het bad ook uit, laat me naar de trap drijven. Als ik de trap oploop zie ik dat de dames net de trap hebben bestegen, hun moeder helpen, haar een badhanddoek omslaan. Ze staan daar heel stil, zeggen niets.


woensdag 20 juni 2012

Blauwe Stad.


De Blauwe Stad is verguisd door velen. Te duur, faillissementen, goeie landbouwgrond (een groot deel van de beroemde 'graanrepubliek') die onder water is gezet voor een te duur woningbouwplan aan water. 

Ooit gingen ook Peet en ik naar het Blauwe Stad informatiecentrum of we er niet een huis voor ons samen neer konden laten zetten. Mijn hondje dat ik toen had, Freddie, ging mee. Bij binnenkomst in het informatiecentrum stormde een vrouw op ons af. Zo goeie service dachten wij. Maar nee, ze had bezwaar dat wij ons hondje mee naar binnen namen. Wij stelden voor om dan maar weer te vertrekken, want de hond in de auto achterlaten vond ik geen optie. Toen ik een informatiemap vroeg over de bouw draaide de strak geklede dame om als een blad aan een boom. Het hondje mocht opeens blijven. De koffie werd aangerukt. Maar de stemming was gezet. Want als je aan mijn hond komt .... berg je dan maar. 
Segmenten grond lagen bouwrijp, er waren strakke regels voor het uiterlijk. Koos je bijvoorbeeld voor het gedeelte dat "het Riet" heette was je gehouden aan de meest strikte bouweisen. Het huis moest opgaan in de natuur, veel hout, riet, maar je kreeg ook een plekje (indien je betaalde) waar je je boot aan kon leggen. Het bleek veel te duur en de huizen stonden mij niet hoog genoeg boven het NAP. Belachelijk dat er zoveel geld voor de bouwgrond werd gevraagd. Wij vertrokken, niet onder de indruk van het plan. Te duur, natte voeten, muggen, veel wind, dacht ik toen. 

Jaren later fiets ik graag rond het kunstmatige meer. Er liggen natuurgebieden omheen, een natuurbegraafplaats ligt aan de rand op een oude wal die door de ijstijd is ontstaan, oude aan de sloophamer ontworstelde arbeidershuisjes, restanten van dorpjes en hier en daar een statige boerderij liggen langs de slingerende hardbetonnen fietspaden. 

Mijn zus en ik fietsten gisteravond een rondje door dit gebied. Eerst door de landerijen van Oost Groningen, Westerlee, Scheemda, onder de A7 door en dan rond de Blauwe Stad door naar Winschoten. Net voordat we het water bereikten stopten we even, er liep iets aan aan Hen's fiets. Opeens zegt ze: kijk nou! Wijst. Een ree. Wij houden onze adem in, ik graai voorzichtig ondertussen mijn fototoestel uit mijn tas.
Het fietspad is met een dun draadje gescheiden van het moerassige natuurgebied waar ook Konikspaarden grazen. Het Groninger Landschap organiseert excursies nu en dan om het gebied beter te leren kennen, er is bijvoorbeeld ook een dassenburcht. Maar je kunt er dus ook fietsen. En reeën zien. 
De ree staat rustig met haar kont naar ons toe, graast. Ik maak een foto, maar de ree lijkt niets te horen of zien, ik loop een stukje terug, naar haar toe en maak weer een foto, maar zelfs als we in onze handen klappen, en dichterbij komen blijft ze rustig staan kijken. Een dove ree, zegt Hen. Opeens krijgt de ree dan toch de zenuwen van ons, en met een paar snelle sprongen verdwijnt ze in het manshoge gras. 

Dan bereiken we het meer. Het is immens groot. In de verte liggen de dure nieuwbouwwoningen die er nog wel gebouwd zijn, rommelig en als toevallig verstrooide steentjes het uitzicht te verzieken. Het kon vanaf dit punt gezien net zo goed een industriegebied zijn. De eisen aan de bouwstijlen zijn namelijk losgelaten door de slechte verkoop en het resultaat is dat er allerlei verschillende huizen bij elkaar staan. Rommelig. Niks ecologische bouw, niks ecologische materialen die verdwijnen in het landschap. 

Tussen de rietkragen door zien we allerlei zwemvogels dobberen, met jongen.  Het strand lijkt dagelijks aangeharkt te worden. Het restaurant aan het haventjes is dicht, ondanks de prachtige zomeravond en de vele fietsers. Een speedboat misdraagt zich op het water, de rust verstorend van de prachtige avond. 
Thuisgekomen ga ik ook nog even een stukje fietsen met Jip, en een heel klein stukje wandelen met Davo.  Maar toen ging echt mijn licht uit.