vrijdag 4 mei 2012
Kamperen.
Er tikt regen op het dak van de camper, net op het moment dat we meenden op de fiets boodschappen te zullen gaan doen. We blijven nog maar even computeren, Hen doet een spelletje, ik zoek mijn foto's uit en waarom schrijf ik niet even een stukje op mijn blog?
Vanmorgen wandelden we over het strand, Hen, ik en de honden. Meeuwen hingen in de dunne mist die geen mist genoemd mag worden maar wel heel nat voelde. Schelpen onder onze voeten, water dat zich (volgens mij) terugtrok. Een rustig zeetje dat met kalme heldere golven ruiste en op de golfbrekers stuksloeg. Afgekalfde duinen. Nat hard zand waarop we afdrukken van blote kindervoeten ontdekten. Een enkele wandelaar, meestal met hond. Jip rende van hot naar haar om vooral elk uitstekend dingetje op het strand te bewateren, visnetten, afval, of gewoon een strandpaal. Davo deed het rustiger aan, die sjokte een beetje achter ons aan, bleef soms wat achter als hij aan een viezigheidje snuffelde (kwal of krabbenpootje) en kwam dan met zijn stramme beentjes in een galopje achter ons aan. Zo aandoenlijk rennend dat ik bij het aanschouwen ervan wat pijn in mijn borst kreeg en iets stroefs in mijn keel. Ken je dat? Een vreemde ontroering die je zomaar kan bespringen als je iets van waarde ziet, het weerloos weet.
De honden hadden het naar hun zin, en wij ook. Jip riep ik bij me als we de meeuwen naderden want ik wil niet dat hij ze opjaagt. Vroeger meende ik dat dat geen kwaad kon, maar daar denk ik nu anders over, ik vind het zelfs zeer ongepast om je honden vrij achter de konijnen of vogels aan te laten jagen. Dus. Maar Jip gedroeg zich voorbeeldig, dat moet gezegd.
woensdag 2 mei 2012
Vriezer.
Helaas, het is te mooi weer, de tuin gilt om aandacht en daarnaast heb ik te veel te doen om te bloggen. Er moet gemaaid, gewied, bomen aan gort gezaagd, gekruiwagend, gemantelzorgd, etc etc.
De dagen beginnen vroeg, om zes uur loop ik naar de buren waar ik vanwege vakantie de levende have en huis en haard verzorg. Kippen gaan naar buiten, krijgen eten. De kat moet uitgelaten, onder toezicht. Ondanks het toezicht donderde het katje de tweede dag dat ik voor haar zorgde in de vijver. Ze drinkt namelijk binnen niets, haar drinken moet perse vijverwater zijn. Nee, ook niet uit een bakje, ze moet het zelf uit de vijver drinken. Ze boog zich voorover (en ik dacht nog ....) en toen lag ze er al in. En dat met een bijna 20 jarig lijfje. Ik viste haar eruit, goddank krabde ze me niet. Gelaten hing ze in mijn handen te druipen. Heel zorgvuldig droogde ik haar af, hield haar nog een tijdje warm, zittend in de zon met haar op schoot en ging toen vis voor haar koken. Troost-vis. Elke dag kook ik nu een stukje vis voor haar, want niet alleen eet ze dit graag, maar ze drinkt ook van het kookvocht en taalt niet meer naar vijverwater.
Voor zover de kat.
Als ik thuiskom zet ik de fiets buiten, maak Jip wakker en ga een stuk met hem fietsen. Meestal zo'n zes tot tien kilometer. Dat doet hij op zijn sloffen. En iedere morgen zien we wel een ree, of vier, of wat hazen. De ochtenden zijn prachtig, stil en vol vogelzang tegelijk.
In mijn eigen huis wilde ik de gordijnen wassen, hoppa, de eerste lichting ging de wasmachine in. Wat een zegen is een wasmachine toch. Tenzij er een plas onder ontstaat terwijl hij staat te wassen, want dat gebeurde. Voorts merkte ik (te laat) dat bij de buren een stop was doorgeslagen. Het was me al opgevallen dat het wat vreemd rook in de keuken. Ik trok de koelkast open, geen lichtje sprong aan. Hm. En eerlijk gezegd, ik had er geen zin in, ik had het druk, dus ik deed de koelkast weer dicht. Maar het zat me niet lekker en ik overlegde met (hoog bejaarde) familie die langskwam.
Ze wisten niets anders te zeggen dan dat ik de koelkast en vriezer zo niet kon laten staan, stank van bedorven eten schijnt nooit meer uit de koelkast/vriezer gesopt te kunnen worden. Dat wist ik eigenlijk ook wel.
Zuchtend trok ik wat later de vriezer open. In de lades stond een flinke laag water waarin bakjes bruin geworden vlees en diverse doosjes dreven. Het werd geen leuk karweitje.
Soms zit het gewoon tegen. Of nee, dat mag ik niet zeggen. Want met de poes, de kippen, de vissen gaat het prima.
Abonneren op:
Posts (Atom)







