vrijdag 15 juli 2011

Assen - Nijmegen




De wekker gaat vroeg. Mijn liefjes Davo en Jippie zijn al opgehaald, ik kan met een gerust hart een daagje op stap.
Ik loop in alle vroegte naar het huis van mijn moeder, waar ik mijn zus vindt die de auto al volpropt met tassen, rollator. Dan wachten we op "de zorg", die elke dag mijn 88-jarige moeder bezoekt en helpt. Driemaal heeft mijn moeder deze week gevraagd of ze op vrijdag vroeg willen komen. Maar ze komen niet. Wij wachten ongeduldig, we moeten een trein halen in Assen, mijn moeder strijkt nerveus over haar armen, benen, frummelt aan haar tasje, neemt kleine slokjes thee.
Dan gaat mijn moeder zelf naar de badkamer, nee, van ons wil ze geen hulp.

Het is rustig op de weg en we zijn op tijd, zetten ma bij de trein en rijden dan naar de dichtsbijzijnde parkeerplaats, een paar minuten lopen van het station.
Vorige week stonden we ook op deze parkeerplaats, onze tassen uit de achterbak halend, en zei ik tegen mijn zus: hoe werkt dat met die treinkaartjes (goedkope aanbieding via de Hema), moeten we die laten afstempelen of staan ze gewoon op datum?
'Dat weet ik niet' zei mijn zus toen, 'jij heb toch de kaartjes uitgeprint'? Kortom, een misverstand waar we toen niet, maar nu wel om kunnen lachen.
Vorige week overlegden we even, en stapten direct weer in, werd het een daagje gewoon met de auto naar Leeuwarden en Heerenveen. Ditmaal zitten de kaartjes veilig in de tas. We laten de auto op de parkeerplaats achter en lopen naar het station.

In de trein is het druk, we kunnen niet bij elkaar zitten. Wat stoelen verderop zie ik dat mijn zus een plaatsje heeft gevonden en tegenover mij zit mijn moeder, en naast me twee jonge vrouwen, rond de 20, die enorme rolkoffers voor hun stoel hebben gezet, zodat ze met hun benen naast en over hun koffers moeten zitten.
Ze praten hard, net als veel mensen, de herrie van de intercity overstemmend. Onze bescheiden stemmen vallen in het niet, ma en ik buigen telkens voorover om wat tegen elkaar te kunnen zeggen (ma grinnikend, in reactie op dat ik gisteren nog zei dat Groningers met zulke harde stemmen praten: 'er zitten veel Groningers in de trein').

De jonge vrouwen rusten ontspannen tegen de rugleuning, allebei hun smartphone in de hand die regelmatig wordt bekeken. Omdat ze zo hard praten leren we van alles van ze. Het zijn vriendinnen, wat ik al aan hun kleding had gezien: beiden een grijs leren jasje, een opzettelijk versleten spijkerbroek, zwarte bloesjes. Ze moeten naar Rotterdam, zijn op weg naar Parijs, komen beiden van gescheiden ouders, een van hen heeft twee paarden, en ze lijken wat zenuwachtig maar ze klinken wereldwijs en cool door hun verhalen over jongens en uitgaan, en van een van hun opmerkingen schiet ik bijna in de lach: 'naar Siddeburen geweest, vet aan de martini's'.
Hoe cool is dat? Siddeburen!

Als er ver voor Amersfoort al omgeroepen wordt dat er overgestapt moet worden voor Rotterdam beginnen ze onrustig te worden, een van hen kijkt mij aan en ik zeg: dat geldt voor jullie. Daar schrikken ze een beetje van en ik zeg dat het niet lastig is, dat ze in Utrecht naar het voorste gedeelte van de trein moeten lopen.
Ze zakken weer terug in hun stoel, hun gesprek gaat verder, berichten op hun smartphones worden aan elkaar voorgelezen, ze lachen wat, praten. Het gaat nu over kilo's. Het in mijn ogen nog heel jonge 'meisje' naast me zegt: ik ben na mijn miskraam 10 kg afgevallen. De ander knikt eens, staart met grijze ogen telkens naar buiten waar het landschap, abstract door de regen op de ruiten, grijs met groen voorbijraast.

Het contrast tussen de jonge vrouw tegenover me, slank, glanzende haren, modieus gekleed, en mijn moeder, rood regenjasje, grijze warrige haartjes met een diadeem bij elkaar gehouden, gerimpeld gezicht, en de oude bleekblauwe ogen achter haar wat vuile brillenglazen, is zo groot. Mijn moeder's geest is jong, ze voelt zich niet anders dan op haar achttiende zegt ze geregeld, maar dat weten deze meisjes niet, die zien alleen die oude vrouwen naast hen zitten. Mijn ogen dwalen van de een naar de ander, dan naar buiten, waar de regen begint plaats te maken voor een zonnetje.






woensdag 13 juli 2011

Gebeten hond


Waarom hebben we een hond? Een vraag die iemand me stelde en waar ik over na heb lopen denken. Ik weet waarom ik een hond heb, maar ik kan er met mijn hoofd niet bij dat er mensen zijn die een andere reden kunnen hebben dan ik: mijn honden zijn een bijzonder mooie aanvulling op mijn leven.

De laatste tijd werk ik af en toe aan een website over "de gebeten hond". Als je op de foto hierboven of op de titel klikt word je doorgelinkt naar deze website.
Aanleiding was dat in juni mijn windhond, Davo, gebeten werd door een herdershond, ik geloof een Mechelse. Het was een heel vervelend incident voor de hond, maar ook voor mij. Hij moest een dag bij de dierenarts blijven, ging onder narcose, zeven hechtingen, drains, medicijnen.
En Davo, vluchteling uit Spanje, viel terug in de trauma-stand die hij ook had toen hij hier net in Nederland aankwam. Hij bevroor.
Hij had veel pijn, en probeerde pijn te vermijden door niet te bewegen. Als hij moest plassen hees ik hem op zijn benen (dan gilde hij, een hard jammerend geluid waarvan ik me telkens rotschrok en een zwak gevoel in mijn knieƫn kreeg, echt, ik heb gevoeld dat honden verlammend kunnen gillen), en dan begeleidde ik hem stapje voor stapje naar de tuindeur. Een proces dat wel 15 minuten in beslag kon nemen.
Vooral het gebied waar tegels liggen vertrouwde hij niet meer. Harkend en tastend naar de vloer zette hij heel traag voetje voor voetje neer, om dan weer te bevriezen, etc.
Een hartverscheurende blik in zijn ogen, oren helemaal plat naar achteren, hoog ruggetje van de pijn. Ik naast hem zittend, wachtend tot hij weer een stapje deed. Hij at een paar dagen niet, zelfs geen rauw vlees, kippenbouillon, of pens.

Maar ook als hij zich in zijn slaap bewoog en pijn had gilde hij zijn verlammende kreet. Wat voor mij reden was om extra pijnmedicatie op te halen.
Het gillen hield me wakker, dus ik was aan het eind van de week aardig kapot. Het aansluitende weekend gingen we met vakantie, met de honden een weekje naar Schiermonnikoog.

De honden hebben sowieso al aardig wat bagage, en nu kwam er ook nog e.e.a. bij voor de verzorging van Davo. In totaal een rolkoffer vol: dekens, etensbakken, 8 kg voer, kauwstaafjes (voor elke dag 2), extra lange lijn, riemen, halsbanden, borstel, water voor onderweg, diverse t-shirts (om te voorkomen dat Davo zijn hechtingen eruit trok, de drains had hij de tweede dag er al uit getrokken) en het "medical petshirt" (t-shirts werken net zo goed, zijn ook koeler als het warm weer is), medicijnen. Voorts nam ik een klein schaartje mee, tekentang, kam, ontsmettingsmiddel, telefoonnummer dierenarts/paspoort Davo en Jip.
Het is dat die vakantie al geboekt was, want het was een enorm gedoe om met een hond op pad te gaan die niet lekker in zijn vel zit, en vooral in de eerste dagen moest er enorm rekening met hem gehouden worden.

Op de boot moest hij gedragen worden, de glimmende linoleumvloeren vond hij doodeng en hij verstarde zo erg dat hij op zijn nagels stond, met als gevolg dat zijn poten, net als bij Bambi op het ijs, alle kanten op gleden. Doodeng. Om verdere ellende te voorkomen (een hond die in spagaat gaat kan ernstig geblesseerd raken) droeg ik hem de boot op en af en had hem gedurende de oversteek op schoot, 25 kg.

Maar hij knapte op van het strand, het was misschien wel het beste wat we voor Davo hadden kunnen doen. In de week die we op Schier waren werd hij weer heel snel een normale hond. Pootjebaden, rotte vis en kwallen eten, piesen, graven, snuffelen.
De hechtingen haalde ik er zelf uit, want op Schiermonnikoog zit geen dierenarts, en mijn zus had verteld dat dat een karweitje van niks was. Dat klopte, het was zo gepiept en het bespaarde Davo een bezoekje aan de dierenarts.
Het gaat goed met Davo, maar hij heeft zelfs nu nog last van een lichte mankheid.

Veel mensen reageerden op Davo's toestand, en ik kreeg te horen dat veel hondenbezitters angst hebben dat hun hond gebeten zal worden. Eerlijk gezegd, dat heb ik ook. Sorry, maar dat is toch niet normaal? Dat brengt me bij mijn eerste vraag: Waarom hebben we een hond? Een hond is toch een leuke aanvulling op je leven?

Maar wat jij een leuke aanvulling vindt kan iets heel anders zijn dan wat de buurman vindt.
De buurman wil goed voor de dag komen met een flinke hond bijvoorbeeld. Of een "scherpe" hond, zoals ze dat hier in het noorden soms noemen. Leuk om het ego wat te versterken bijvoorbeeld.
En de buurvrouw wil misschien gewoon een gezelligheidshondje, of een hondje om behendigheid of doggydancing mee te doen.
Je kan lang of kort praten, het is net als conflicten om kinderen, je word het niet eens omdat ons uitgangspunt al verschillend is. Mensen hebben een hond om diverse redenen, en dan heb je nog mentaliteit van de hondenbezitter, of ronduit onwetendheid. En wat ik het engst vind, iedereen (en daar hoef je geen vergunning voor aan te vragen) mag een hond aanschaffen die een potentieel gevaar voor mens en dier kan zijn.
Nou, hoe moet dat nou in vredesnaam samen gaan? Antwoord: niet. Maar we kunnen wel rekening met elkaar houden.

Uitzonderingen daargelaten, bepaalde groepen honden moet je gewoon niet samen laten spelen. En zeker niet als er elementen zijn die bijtincidenten kunnen veroorzaken (nijd om een balletje of stok bijvoorbeeld).

Wellicht blaf ik tegen de verkeerde boom, om maar eens een engelse, maar toepasselijke kreet te gebruiken, maar beste hondenbezitters, hou rekening met elkaar, stel je voor dat jij de kleinste of kwetsbaarste hond hebt, hou je hond even vast als iemand dat vraagt of als je ziet dat jouw hond te wild of te groot is voor dat andere hondje, heb begrip voor elkaar, en zoek de juiste speelkameraadjes voor je hond.

En wil je alles voorkomen? Er is een leuk boekje op de markt, ik heb het zelf nog niet gelezen maar het werd me aangeraden door iemand die erg veel van honden houdt, en het heet: "neem geen hond".