zondag 3 juli 2011

Zondag 3 juli 2011


Ha, de datum hierboven alleen al doet me lachen. Juli, maar geen zomer, ja, wel heel hoog gras en in de verte het geluid van een maaiende buurman, maar we zitten binnen en de kachel loeit. Buienradar zegt: droog tot 13.30. Maar daar is alles mee gezegd, het is koud en winderig.
Op de bank liggen de honden te slapen, Davo en Jip. Tegenover me zit vriend, met laptop, zijn bankzaakjes te regelen.

Zojuist heb ik mijn oude berichten zitten lezen, over de impact op mijn leven van een hondje dat ik in 1995 van mijn vriendin Marrie kreeg omdat ik geslaagd was voor de Academie. Op de foto die werd gemaakt tijdens de diplomauitreiking ligt hij in het gangpad. Op verzoek van de fotograaf. Een hondje waarvan ik veel hield. Maar Freddie werd oud, ziek en ik schreef niet meer.





vrijdag 31 december 2010

Geur van oliebollen.

Het dooit. Mist hangt over het veld. In de verte klinken continu de zware knallen van het carbid schieten. Terwijl ik de honden uitlaat, eenzaam lopend op de landweg, huizen bijna allemaal voorbij, ruik ik opeens zwaar de geur van oliebollen. Komt vast van de familie De L. vandaan, die wonen aan het eind van een lang pad waar ik zoeven langs liep. Ik hoor het geluid van fietsbanden op aarde en grint: een gebogen oude man op een fiets, een tas aan het stuur hangend. Cor. Hij woont daar. Hij ziet me niet, rijdt de andere kant op. De honden snuffelen, poepen ondertussen en ik peins over de sfeer van de dag, de knallen in de verte, de geuren, het verstrijken van de tijd.
Dan loop ik terug naar huis, en hoor als ik de huizen weer nader mensen praten. Opgewekte stemmen. Cor is naar mijn (min of meer) naaste buren gefietst, beide gehandicapt, de vader lichamelijk, de dochter geestelijk. Dochter, inmiddels al bijna 30 staat voor het raam, zwaait met een emotieloze gezichtsuitdrukking naar de nu vertrekkende en weer op de fiets stappende Cor.
"Zeker oliebollen gebracht", zeg ik tegen Cor, want ik ken de traditie. "Ja", lacht hij, mager geworden van de in het afgelopen jaar ondergane chemokuur: "wat is er anders aan, het hoort er allemaal bij". "Fijne oud en nieuw" roep ik zijn rug na, hij roept iets terug, en ik kijk hem nog eventjes na.