Posts tonen met het label vroeger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vroeger. Alle posts tonen

vrijdag 1 januari 2021

1 januari 2021. Familie bezoek ondanks Covid-19.

 

 Gisteren, nee, vannacht reden wij naar huis, ik met een net gekregen oud schilderij op schoot. Mijn vriend en ik waren een tien dagen in quarantaine geweest teneinde oud en nieuw bij zus te kunnen doorbrengen. Het was heerlijk, we vergaten Covid-19 even helemaal, al viel het woord corona uiteraard nu en dan wel. We bakten kniepertjes en oliebollen, kaartten en keken naar de (laatste) oudejaarsconference van Yoep van 't Hek. Oud en nieuw was bijna als voordat het virus de wereld plat legde. Bovendien hadden de honden geen doodsangst omdat er veel minder vuurwerk was afgestoken. Kortom, ik voelde me rijk. 


Ik kreeg van mijn zus voordat ik wegging een oud schilderij overhandigd. Mijn zus had een tijdje geleden een inmiddels hoogbejaarde tante bezocht en deze had mij dit schilderij toebedacht: het schilderij dat bij haar ouders, mijn opa en oma, altijd boven de deur had gehangen: een havengezicht, wat kleine boten, een zeeschip of twee, waarschijnlijk Rotterdam? Een onbekende schilder, staat er Verheul? Ik kan de handtekening niet goed lezen.  

Dit schilderij is, was getuige van m'n kind-zijn, van mijn complete familie, van de discussies tussen de mannen, de vele kinderen en kleinkinderen die zich op 1 januari of tijdens verjaardagen verzamelden in dat piepkleine huis aan de Utenhagestraat in Rotterdam. 
Het hing daar stilletjes, verzamelde de sigarettenrook in een gelige waas, verkleurde de vernis.  Ik bekeek het eens goed, de lijst was door een van de ooms voorzien van een lik witte verf, het doek was wat bobbelig, er was sprake van craquelé en even dacht ik: ik laat het opknappen, opspannen, schoonmaken.
Wegrijdend van het huis van mijn zus en zwager, met dit schilderij op schoot, in gedachten bij opa en oma, rijdend in de nacht door vanuit het niets opdoemende en weer verdwijnende mistflarden richting huis, dacht ik: nee, ik laat het niet opknappen, het is goed zo. 



Waalhaven zegt mijn ex-man. En ik denk dat hij gelijk heeft, gezien de verhalen ooit van mijn moeder dat zij als kinderen in de Waalhaven zwommen, bij Pier zeven. 

donderdag 23 februari 2012

Blauw, met een geel kraagje.


Avond.
Ma zegt: het wordt warmer, deze week bedoel ik. Te warm eigenlijk voor de tijd van het jaar.
Ik: Van mij mag de lente beginnen.
Ondertussen schep ik het eten op, voor ma een gehaktballetje erbij, ik iets met noten.
Ma begint te eten en als ik even achter me de deur open doe voor de kat waaien de gordijnen met kracht naar binnen. Het stormt, buiten is het inmiddels pikkedonker.
Ma eet een tijdje zwijgend, en zegt dan: ik kan me herinneren dat mijn moeder nieuwe zomerjurken voor ons had gemaakt, blauw met een zachtgele kraag. Ik wilde perse die jurk aan, het was al lente, dus na 21 maart. Maar toen was het veel kouder dan nu. Tegenover ons aan de Katendrechtse Lagedijk, achter Schut was een veldje, ach, dat weet jij natuurlijk niet.
- Nee.
- Nou, je had Schut tegenover ons, en verder niks, er waren geen huizen, er was niks, de Wolpheartsbocht bestond niet. Achter Schut lag een voetbalveld, en daarnaast was een terrein waar allemaal zandbulten lagen, daar gingen we spelen.
- Met je nieuwe jurk aan?
- Nee natuurlijk niet. Mijn moeder had die jurken net gemaakt en die wilden we laten zien. Dus we deden onze jas niet aan, Jannij en ik, maar het was koud. Toch gingen we naar het voetbalveld, even naar het voetballen kijken, we stonden daar maar en het was zo ontzettend koud, zo koud had ik het nog nooit gehad. Verschrikkelijk.
Even valt mijn moeder stil, prikt met haar vork wat in haar eten, peinzend, zegt dan:
- Mijn moeder kon goed kleren naaien, maar mouwen inzetten, daar had ze moeite mee, daar deed ze heel lang over.
Ik loop wat heen en weer in de keuken, zie oma even in gedachten voor me hoe ik ze gekend heb, hoe ze met haar reumatische handen kleren voor ons, haar kleinkinderen, zat te maken of een stukje breide aan iets wat ik voor school moest maken. Het was een heel lieve oma die niet oud is geworden. Terwijl ik de vaat afspoel zeg ik: ik heb het idee dat u altijd veel meer over uw opoe heeft verteld dan over uw moeder.
Opzij kijkend zie ik mijn moeder aan tafel zitten, 89 jaar maar even in gedachten 15, lopend in een nieuwe zomerjurk, blauw, met een zachtgeel kraagje.
Ze zegt niets terug.





vrijdag 28 oktober 2011

Vroeger.


Net zitten struinen op de stamboom die mijn zwager heeft opgezet en bijhoudt. Wat bizar veel mensen die met elkaar verbonden zijn. De boom groeit, groeit, naar het verleden maar ook naar de toekomst. Ik bekijk de fotootjes die mijn neef er onlangs op heeft gezet van zijn kroost. Leuk om te zien.

Er zijn van mijzelf geen 'officiële' baby-foto's zoals die vroeger vaak van baby's werden gemaakt. Liggend op een schapenvel of dekentje. Dat heb ik mijn moeder vaak plagend verweten, dat ik een vondeling was die niet op de foto hoefde. Vindt ze niet leuk trouwens.
Op de eerste fatsoenlijke foto's ben ik al een jaar of zo, en ik zie in het bolronde hoofdje en de verongelijkte blik meer mijn familie terug dan mijzelf. Nee, ik bedoel niet vanwege het verongelijkte.

Toch was ik die baby, toen, en stond ik op het warme zink van het plat van de Katendrechtse Lagedijk, nr. 115 of al 123? Ik weet het niet. De foto is genomen omdat mijn twee jaar oudere zusje Marijke triomfantelijk in de kinderstoel zit terwijl ik, de baby, ernaast sta. Een mooi beeld hoe het voor de jongste is, die moet altijd tegen de oudere zusjes of broertjes opboksen. Wat ik niet vervelend heb gevonden, tenzij ik baby moest spelen en mijn zusjes en mijn twee buurmeisjes (de tweeling Elly en Emmy) keken of ik al sliep door me met een speld te prikken. Gelukkig werd acht jaar na mij mijn broer geboren, toen ging alle aandacht naar hem toe, en mijn broer hoefde niet te spelen dat hij baby was, en hij werd nooit met een speld geprikt om te kijken of hij sliep. Ze adoreerden hem en sjouwden als het aan hen lag continu met hem rond.


Ik heb een beetje overdreven, er is nog wel een vroegere foto van mij, als baby, ergens in de schaduw van de kinderwagen zie ik een klein hoofdje, mijn zus Hennie staat liefjes naar me te kijken, die was toen al dol op kinderen. De foto is dankzij de bewaarwoede van mijn moeder alsnog afgedrukt, er lagen namelijk nog massa's negatieven van de oude 9x6 camera, een Agfa-boxje. Misschien wel dertig jaar later heeft mijn broer de onderstaande foto afgedrukt. De foto was wat donker, en mijn broer maakte vanuit het duister van de wieg mijn hoofdje zichtbaar door het negatief wat te manipuleren.
Vind ik nog steeds erg lief dat hij die moeite genomen heeft.