donderdag 24 mei 2012

Starbucks.


Ik was even een paar dagen weg. Op bezoek bij mijn lieve vriendin Maartje die in de buurt van Dordrecht woont. We deden het zo. Peet moest twee dagen naar het westen voor zijn werk. Hij zette mij af in Woerden, waar vandaan ik zou fietsen. Niet dat hij me niet wilde brengen, ik wilde gewoon graag fietsen.

We gingen afgelopen woensdag vroeg uit Groningen weg. Het was een kort warm nachtje geweest en ik sliep bij elkaar misschien twee uur. Stel dat ik overdrijf doe ik er een uurtje bij. Drie uur. 
Ik voelde me brak toen ik opstond en was rillerig van vermoeidheid. Toch ging ik met Jip nog even fietsen, door het grijzige land. De zon liet zijn eerste ronding zien, een streepje aan de horizon dat snel een mooie rode bal werd in het blauwige grijs van de lucht. Weer thuis gaf ik de honden eten, zette al mijn spullen buiten, de fiets laadden we in, de honden kuste ik gedag, ze zouden later door de buren worden opgehaald. We reden weg. 
Tegen negen uur stopten we in de buurt van Utrecht om koffie te drinken. We waren er al eens eerder geweest, herinnerde Peet zich. En ja, terwijl we het parkeerterrein opreden zag ik het ook. Direct wist ik weer dat dit een AC-restaurant was geweest waar veel mensen vergaderden. Veel geparkeerde auto's, rijen geparkeerde bussen waarvoor buschauffeurs rondhingen, rookten. We stapten de auto uit en de hitte sloeg ons tegemoet. Geur van zon op asfalt, duizenden sigarettenpeuken.  Ik dacht aan parkeerterreinen langs de route de soleil, dezelfde geur, dezelfde sfeer. 

Op het terras zaten groepjes mannen. Het leek of ze allemaal vandaag hadden gekozen voor een wit overhemd, soms heel licht blauw. Stropdassen, laptops. Er werd getelefoneerd, koffie gedronken, druk gepraat. Wij liepen naar binnen, bestelden onze koffie.  Het restaurant was veranderd in een Starbucks (de eerste aan een Nederlandse snelweg, geopend sinds 15 mei 2012 lees ik net op het internet) en had een sobere moderne uitstraling. Ook binnen zaten overal mensen te werken. Ik voelde me een verdwaalde toerist in mijn witte fietskleren. Mijn ogen gingen rond, observeerden de mensen. Drie vrouwen aan een tafeltje verderop namen een sollicitatiegesprek af. Het verliep redelijk zo te horen. Alle andere mensen leken of te wachten op iemand of zaten al zaken te doen. 
Ik had een muffin genomen, een zoete zonde van zachte cake en bosbessen. De koffie was een 'kleine' volgens de met zachte stem sprekende bediende achter de balie, maar ik kon bijna in het kopje baden. Op het servet stond: 'Less napkins. More plants. More planet.' Verzonnen door een Amerikaanse firma, dat maakt het grappig. 
Bladerend tussen mijn papieren waarop ik de knooppunten fietsroute had uitgeprint voelde ik me alsof ik op schoolreis ging, voor het eerst zonder mijn ouders.










maandag 21 mei 2012

Kiekendief.


Dichterbij een blauwe (?) kiekendief zien is onmogelijk, tenzij hij dood is. Ik woon landelijk en direct achter mijn huis ligt een smal strookje land van een hier in de buurt wonende ex-landbouwer. Een smalle sloot trekt een horizontale streep achter de huizen, maar direct daarachter strekt een enorme akker uit, richting horizon. Bijna zover het oog reikt. Heel in de verte zie ik af en toe een flitsje van een op de provinciale weg rijdende auto en als het helder is kan ik de auto's als mieren zo klein zien rijden. Iedereen lijkt onderweg te zijn, denk ik wel eens. Deze morgen leunde ik tegen de gevel, koffie in mijn hand, toen opeens pal naast me een kiekendief verscheen.

Het is geweldig om hier te wonen, vooral in de lente en zomer. Geen files, tenzij je naar de stad gaat, maar zelfs daar valt het mee. En overal om je heen kan je fietsen of lopen.
Ben je 's avonds en 's nachts niet bang, werd me gevraagd toen ik hier ging wonen. Nou nee. Oke, heel af en toe zie je eigenaardige dingen. Auto's die ik in de verte zie stoppen, iets buiten zetten en weer doorrijden. Hopelijk gooien ze dan rommel in de berm, alles beter dan dieren dumpen. Want ook dat gebeurt.
Soms zie je in het halfduister twee auto's langzaam rijden en uiteindelijk stoppen, mannen die naar elkaar toelopen. Dat zijn de mannen die op sex uit zijn.
Vorig weekend hoorde ik 's middags een geweerschot en ik pakte direct mijn verrekijker, zag twee mannen in het veld lopen, in de buurt van het jagershokje. Zelfs met een verrekijker was het te ver om te zien wat ze aan het doen waren, of dat ze iets hadden geschoten. Toch, de buurvrouw had het ook gehoord, ik verbeeldde me het niet. Ze keken in de rondte, zagen mij staan, een van hen stak een hand op. Jaja lul, denk ik dan, want ik vertrouw die jagers, zeker sinds ik een conflict met ze had nadat ze een (voornamelijk witte!) kat hadden aangeschoten, voor geen meter.
Ze stapten weer in en reden weg, misschien kwamen ze omdat wij stonden te kijken later de buit halen? Geen idee.

Dit soort rare dingen maken me niet bang, het gebeurt niet veel en er kan ook een andere verklaring zijn voor het stoppen of ontmoeten van mensen. Toch? Wat me wel bang maakt is de manier waarop de velden bewerkt worden. Dat gif dat met enorme hoeveelheden over het veld wordt gespoten. Of als je de machines ziet die met grote snelheid over het veld rijden dan begrijp je dat het waar is, dat vogels en jonge reeën geen enkele kans maken voor de maaiende wieken die metersbreed naast de tractor uitsteken. De afgelopen tien jaar heb ik de patrijzen zien verdwijnen, de leeuwerik in getal af zien nemen en de kieviten zijn schaars. Wel zie ik dit jaar weer wat hazen. Een natuur liefhebbende kennis zei onlangs somber tegen ons: alles wat in en op de akkergronden leeft wordt verhakselt.

Sinds twee jaar liggen er ook hier smalle stroken land braak tussen de velden, de vogels die daarin broeden hebben een goeie kans. Het zijn ook de plekken waar ik de reeën zie grazen. Vorig jaar verschenen die randen met vrolijk zaaigoed voor het eerst. Er stonden borden bij: wintervoedselgebied - ANOG. Helaas zag ik sommige velden al in de juli-maand al weer gemaaid worden. Onbegrijpelijk, maar goed, het merendeel van deze stroken land blijft ongeschonden, dus er is hoop.

Over hoop gesproken. Nergens in Nederland schijnt de kiekendief het zo goed te doen als in oost-groningen. Ik zag hem vanmorgen slechts een meter of vijf van me vandaan, ik keek over het veld uit, hij 'hooverde' over het grasveldje achter mijn huis, speurend naar een mals vogeltje of muis. Hij hing vrijwel stil, bewoog traag van me vandaan, en ik stond muisstil, leunend tegen de gevel met mijn beker koffie in mijn hand.






Blauwe kiekendief terug in provincie Groningen

Bericht uitgegeven op dinsdag 3 augustus 2010
De zeldzame blauwe kiekendief heeft Oost-Groningen ontdekt. Er zijn dit jaar twee broedsuccessen te melden: nesten met twee en vier jongen. Groningen staat inmiddels bekend om zijn verhaal van de grauwe kiekendief in relatie tot goed beheerde faunaranden en de succesvolle aanpak van het Groninger akkervogelbeleid. Bovendien broeden er naast de grauwe kiekendief in de provincie Groningen ook aanzienlijke aantallen bruine kiekendieven. In 2010 kan daar de blauwe kiekendief dus aan worden toegevoegd.
De blauwe kiekendief broedt in Nederland voornamelijk op de Waddeneilanden. Maar de populatie daar neemt sinds eind jaren negentig schrikbarend af. Van de ooit zo fiere populatie van circa 160 paartjes resteren nog slechts zo’n dertig. Het aantal jongen dat hier wordt geboren is zelfs te gering om deze populatie overeind te houden. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de blauwe kiekendief op de Waddeneilanden een zorgeloze toekomst tegemoet gaat. Het lijkt er echter op dat de Nederlandse populatie uit onverwachte hoek aanvulling zal krijgen.

Blauwe kiekendief (foto: IVN Vecht & Plassengebied)
Blauwe kiekendief (foto: IVN Vecht & Plassengebied)

Blauwe kiekendiefIn het voorjaar van 2010 werden door de Werkgroep Grauwe Kiekendief op een drietal locaties in Oost-Groningen baltsende blauwe kiekendieven boven uitgestrekte tarwevelden gesignaleerd.  Eén paar nabij Finsterwolde mislukte helaas, maar een tweetal nesten leverde respectievelijk twee en vier jongen op. Interessant detail was dat één van de wijfjes - in 2007 als nestjong werd geringd door Ben Koks - is geboren in een perceel wintergerst nabij het Duitse Emden. Kolonisatie uit het zuiden (vooral Frankrijk) en oosten (Duitsland) kon wel de laatste strohalm gaan worden voor de blauwe kiekendief in Nederland.
Grauwe kiekendief
De grauwe kiekendief bleef begin jaren negentig voor Nederland behouden dankzij de grootschalige braaklegging. Na afschaf van deze EU-braak bleef de populatie van deze elegante roofvogel op peil dankzij de faunaranden die met name in het oosten van de Provincie Groningen waren te vinden. In Duitsland heet dit proces
"Biotopwechsel” (biotoopwisseling) en mede dankzij de goede zorgen van de vrijwilligers van de Werkgroep Grauwe Kiekendief en de inmiddels honderden landbouwers is de soort bezig met een langzaam herstel. In 2010 hebben ongeveer 45 paartjes grauwe kiekendieven in Oost-Groningen veilig jongen kunnen grootbrengen. Het landelijke aantal ligt net boven de 50 paar.
Faunaranden
De boeren van de Agrarische Natuurvereniging ANOG kunnen trots zijn op deze ontwikkelingen. Er is vastgesteld dat de oudervogels vooral hun prooien vangen boven de grazige en brede faunaranden in het gebied.
Gedeputeerde Douwe Hollenga is blij met de komst van de blauwe kiekendief. ”Het geeft aan dat nu ook de zeldzame blauwe kiekendief weet te profiteren van het beleid van de Provincie Groningen. Het geconcentreerd inzetten van goed beheerde faunaranden blijkt bij een keur aan soorten goed uit te pakken. Dit Oost-Groninger succes is tevens een steun in de rug voor onze lobby rond de 'akkervogelmiljoenen' in Brussel. De drie soorten kiekendieven wijzen ons de weg naar nog succesvollere vormen van agrarisch natuurbeheer.”

Bron: Groninger Internet Courant 
Foto: IVN Vecht & Plassengebied