Heimwee. Het houdt me vaak bezig. Niet zozeer dat ik heimwee koester, maar ik verbaas me vaak over de kracht van het geheugen, en wat de herinnering fysiek met je doet. Bijvoorbeeld, bijna middernacht zondagavond, ik was vergeten mijn bed op te maken. Ergens slingerde nog een laken (dat haalde ik gisteren stijfbevroren van de lijn, ook dat deed me aan vroeger denken) en ik pakte een kussensloop uit de kast, en terwijl ik de sloop om het kussen deed, zag ik dat het geen witte was maar een heel oude, een die zo verwassen is dat het dessin er bijna af is. Ik herkende hem en kreeg even een naar gevoel in mijn maag. Die slopen kocht ik lang geleden na mijn echtscheiding. Goedkoop. (Waarom heb ik die dingen nooit weggegooid?) De herinnering aan het moment dat ik ze kocht dringt zich opeens sterk aan me op, de naam van de winkel ligt op het puntje van mijn tong, maar het komt er niet uit. Iets met ie? Drie lettergrepen? Gotsamme, ik wil het weten, tegelijk beseffend wat een zinloze herinnering het is. Marrie, zij was er bij toen ik die slopen kocht. Het is jammer dat het middernacht is want ik zou ze er voor willen bellen. Marrie. Daarom heb ik die slopen vast nog. We kochten zo veel samen, mens wat was ik gelukkig als we arm in arm door de winkels struinden. Een hele film rolt voor mijn ogen uit terwijl ik nog naar de sloop sta te staren. Het houdt me minuten lang vast, starend, denkend, even lijkt het of heel mijn leven heimwee is. Dan geef ik een flinke mep op het kussen en ga mijn tanden poetsen.
zondag 23 december 2007
Sloop
Heimwee. Het houdt me vaak bezig. Niet zozeer dat ik heimwee koester, maar ik verbaas me vaak over de kracht van het geheugen, en wat de herinnering fysiek met je doet. Bijvoorbeeld, bijna middernacht zondagavond, ik was vergeten mijn bed op te maken. Ergens slingerde nog een laken (dat haalde ik gisteren stijfbevroren van de lijn, ook dat deed me aan vroeger denken) en ik pakte een kussensloop uit de kast, en terwijl ik de sloop om het kussen deed, zag ik dat het geen witte was maar een heel oude, een die zo verwassen is dat het dessin er bijna af is. Ik herkende hem en kreeg even een naar gevoel in mijn maag. Die slopen kocht ik lang geleden na mijn echtscheiding. Goedkoop. (Waarom heb ik die dingen nooit weggegooid?) De herinnering aan het moment dat ik ze kocht dringt zich opeens sterk aan me op, de naam van de winkel ligt op het puntje van mijn tong, maar het komt er niet uit. Iets met ie? Drie lettergrepen? Gotsamme, ik wil het weten, tegelijk beseffend wat een zinloze herinnering het is. Marrie, zij was er bij toen ik die slopen kocht. Het is jammer dat het middernacht is want ik zou ze er voor willen bellen. Marrie. Daarom heb ik die slopen vast nog. We kochten zo veel samen, mens wat was ik gelukkig als we arm in arm door de winkels struinden. Een hele film rolt voor mijn ogen uit terwijl ik nog naar de sloop sta te staren. Het houdt me minuten lang vast, starend, denkend, even lijkt het of heel mijn leven heimwee is. Dan geef ik een flinke mep op het kussen en ga mijn tanden poetsen.
vrijdag 21 december 2007
Rijp
Half twaalf, koud, maar niet echt donker is het terwijl ik voor de laatste keer vandaag nog even naar mijn moeders huis fiets, kijken of het licht nog aan is, nee, alles is donker. Vanavond was de dokter bij haar, een prettig opgewekte man die de vermoeidheid van mijn zieke moeder leek op te lossen met zijn joviale opgewekte stem. Zelfs de kamer waarin ma al dagen ziek in ligt te zijn, veranderde van al die positieve kracht.
Zelfs het licht in haar slaapkamer is uit, ik rij terug naar huis. Sprookjesachtig mooi heeft de rijp alles wit gemaakt waardoor het ondanks het tijdstip vreemd maanblauwig? licht is. De mist absorbeert elk geluid, onvoorstelbaar stil is het. Rijp in de bomen steekt licht af tegen de lucht, tenminste, zo lijkt het. Ik heb mijn fietsbanden zo hard opgepompt dat het lijkt of ik nu over de weg zweef. Prikkend koude lucht adem ik in, pijnlijk contrast tegen mijn tanden. Mist hangt links en rechts over het veld, ik voel me vreemd en kan niet benoemen wat ik voel, het lijkt of de tijd stil staat, of het altijd zo koud en mooi is geweest, altijd zo zal zijn.
Als ik de honden uitlaat wordt dit gevoel nog sterker. Opeens ben ik in gedachten veertig jaar terug toen ik in ditzelfde type weer nog 's avonds laat aan het schaatsen was op een singel aan het begin van de Smeetlandse Dijk in Rotterdam. Lantarenpalen wat verderop waren aan, in de huizen schenen de lichten en langzaam aan gingen de schaatsers naar huis. Behalve ik en mijn zus Hennie, alleen wij tweetjes schaatsten door in die windstille kou. Het was alsof we niet moe konden worden, als een veertje ging ik over het knettergoeie ijs, en ik was gelukkig. Ik had wel altijd door willen gaan, voor altijd en altijd schaatsend in dat stille niet-echt-donker van maanlicht op dofglanzend ijs.
Abonneren op:
Posts (Atom)