zondag 28 maart 2021

De melkboer.


"Daar is de melkboer" zei mijn moeder. En ja hoor, achter de ramen zagen we zijn wagen staan. Terugdenkend weet ik niet meer hoe die wagen er uitzag, wel dat er iets aan de zijkant "open" stond of open was.

We woonden sinds mijn 11e jaar in IJsselmonde, ook daar kwam de melkboer, net als op de Katendrechtse Lagedijk, aan de deur. De nieuwe melkboer was een lange man met zwart glanzend haar dat met een of andere "pommade" onder controle werd gehouden. De melkboer was aardig, maakte grapjes, maar hij had zo zijn eigen gedragsregels. Als de man belde moest er snel worden opengedaan, je kon hem niet lang laten wachten, en er was niet zelden een lichte paniek omdat mams portemonnee niet op zijn plek lag (in de keukenla). En de bel rinkelde weer ..... soms holde een van ons om de voordeur al open te doen terwijl mama haar portemonnee nog zocht. Anders reed hij misschien al weer weg. 

Voordeur open, boter, eieren, melk ..... en dan liep de melkboer met het Tomado-rekje waar zes melkflessen in konden naar de kar en kwam terug met de bestelling. Dan zei hij: het is zoveel gulden en zoveel cent. Mijn moeder wilde het liefst gepast betalen want we wisten: hij trok de schuin over zijn schouder hangende zwart leren tas die als geldbuidel diende iets naar voren, graaide erin, gaf een handje kleingeld terug en vertrok direct zonder dat je tijd had om het na te tellen. 

"Wel verdorie" zei mijn moeder, het geld natellend, "heeft hij weer een dubbeltje te weinig terug gegeven"! Mijn moeder wist uit ervaring: altijd een dubbeltje te weinig. Ditmaal was hij niet snel genoeg weg en mijn moeder wenkte hem waarop hij terug naar de deur kwam. Ze opende haar hand, wees, telde, en zei: "je hebt me weer een dubbeltje te weinig teruggegeven!"

Hij keek haar even strak aan. Trok de geldtas naar voren, pakte er een dubbeltje uit en smeet dat met aardig wat kracht de hal in, draaide zich om en liep naar zijn kar. Mijn moeder verbluft achterlatend. Niet dat het voorval tussen hen beiden iets heeft uitgemaakt, de melkboer bleef melk bezorgen, mijn moeder bleef het geld natellen. Later heb ik zelfs mijn eerste auto van deze melkboer gekocht, een Simca 1000 GLT. Dat bleek niet slim en heeft me veel meer dubbeltjes gekost dan mijn moeder ooit van hem heeft teruggekregen.



zondag 28 februari 2021

Katendrechtse Lagedijk 123 en 115.

 

Wat me drijft weet ik nu even niet, maar regelmatig lig ik 's morgens op een yogamatje oefeningen te doen. Wat pilates, wat yoga, wat tai chi en qi gung. Van alles wat. Ik heb een lekkere dikke oefenmat, en daarop ook nog een wollen matje, wat niet slim is als je wat meer grip wilt hebben, maar wel lekker is voor de warmte als je op je rug ligt. Hoe dan ook, vooral die warmte leidt tot afdwalen. 

Ik weet uiteraard niet wat andere mensen denken of ervaren als ze oefenen, of mediteren, maar vaak heb ik als ik mijn oefeningen doe een andere tijd-ruimte waarneming. Niet in de opwarm-ronde, dan lig ik nog te mopperen op het leven dat van me eist dat ik in conditie blijf (waarom doe ik dit, waarom blijf ik niet langer in mijn bed liggen, niemand vraagt van me dat ik dit doe, waarom waarom waarom .....etc. ). Maar als ik die eerste ronde gedaan heb (op de grond liggend fietsen en zijwaarts liggend been heffen), dan komen de "stille" oefeningen. Er komt een meditatieve rust over me en mijn geest gaat dwalen terwijl mijn lichaam vrijwel automatisch (maar toch ook weer niet) yogaposities inneemt, ik traag van de ene naar de andere positie overga. Ontspan.

Dit is een lange inleiding om te vertellen dat ik kan vliegen. Als kind kon ik het al en stortte ik ook regelmatig neer. Niet alleen als ik in mijn bed lag en met grote snelheid tussen de huizen door vloog, maar ook in het echt, als ik, zo hoog mogelijk op de trap staand, mij zo ver mogelijk voorover boog, gesteund aan de linkerzijde door de trapleuning, aan de rechterzijde door de wand: ik hing boven het trapgat! Een positie die ik zo lang mogelijk vasthield, maar dan zwiepte ik mijn benen naar voren en sprong het laatste stuk naar beneden. Dat ging negen van de tien keer goed, en soms deed ik me een beetje zeer maar nooit zo erg dat ik het de volgende keer niet weer deed. Neerstorten, opstaan. Nooit wat gebroken. 

Maar vanmorgen deed ik dat hangen en springen weer, alleen lag ik in werkelijkheid op mijn rug, op mijn warme yogamatje. Ik hing, slingerde mijn benen naar voren, sprong naar beneden en belandde op de jute traploper in het huis waar ik mijn jongste jaren heb doorgebracht: Katendrechtse Lagedijk 123a. Er stond geen fiets of brommer op het laatste stukje gang naar de voordeur, dus de sprong was mogelijk! Hoppa, de deur ging open en ik stond op de stoep van ons huis. Er scheen geen zon, het was "neutraal". Ik besloot een blokje om te gaan: naar rechts langs de school, direct weer naar rechts, en weer naar rechts: de Wolphaertsbocht, langs de slager waar de geur van dood hing, karkassen van de arme dieren hingen maar waar ik toen geen verdriet maar wel een verontrustende fascinatie voor voelde, langs diverse huizen en winkels en zelfs langs een winkel waar "aangeklede" papegaaien in het raam stonden. Zo noemde ik dat toen althans. Weer naar rechts (Hellevoetstraat?) en weer naar rechts: ik stond weer aan het begin van de Katendrechtse Lagedijk waar deze overging in de Gaesbeekstraat. Rechts van me resten van een treurige molen, verlaten en verwaarloosd. Het spookt er en ik kijk vandaag niet door de beschadigde pitriet zonwering naar de donkerte binnen dat verhaalt van voorbije levens, noch kijk of ruik ik de krotenkokerij aan de overkant die in mijn geheugen vooral met winter en dampende ketels verbonden is. Nee, ik huppel zo licht als lucht de hol op naar mijn eigen huis, de zon schijnt nu, huppel naar waar mijn moeder altijd is, en mijn oma, zusjes, en er thee wordt gedronken misschien zelfs met een kaakje erbij....... langs Jacob's de sigarenboer waar ik Samsom met 'vloetjes' haal voor mijn vader, langs Scheel de visboer (later de patatzaak van Zwaneveld) ik zwaai naar de overkant naar Plonie Mastenbroek. En opeens word ik overvallen door allerlei namen uit die tijd, buren, overburen, vriendinnen van mijn moeder, en natuurlijk de groenteboer die we tante Siet noemden. (Vaag kan je haar in de deuropening zien staan op onderstaande foto die mijn moeder maakte terwijl wij een sneeuwpop aan het maken zijn). 

Ik merk dat ik geen oefeningen meer doe, maar naar het plafond staar. Dit is wat ouder worden is, denk ik: dat heldere terugdenken en herbeleven van jeugd, van schijnbaar onbelangrijke of nietszeggende momenten in je leven, die later juist zo belangrijk blijken. Maar dit is wat ik nu doe: oefeningen die me in staat stellen om elke dag in de tuin te kunnen werken, gezond te blijven zo lang als mogelijk is, en te blijven vliegen door de straten van vroeger, ook dat. Het zou van voortschrijdend inzicht getuigen als ik stopte met mopperen als ik aan mijn oefeningen begin, want er komt vast een tijd dat dat oefenen niet meer kan, maar ik denk dat het zo gaat: pas als je iets kwijt bent of niet meer kan, besef je hoe gelukkig je was toen je het had, of kon. 




Van links naar rechts: Hennie, Tineke, Plonie, Marijke. 
Op achtergrond links: tante Siet de groenteboer.
overigens: nergens een auto!